zondag 6 augustus 2017

één week vacantie

ik ben één weekje foetsie. vandaar hier, gedurende deze week, enige mooi voor u uitgekozen reposts, elke dag ééntje.

vandaag het zeer korte verhaal:"de lang verwachte dood van sinterklaas", van precies één jaar geleden...








dus eindelyk hadden we hem gevonden. zelfs de besten onder ons waren anders beginnen twyfelen. rond 1975 was hy ermeê opgehouden om nog mirakels te presteren, vanaf het begin van de jaren tachtig beantwoordde hy zyn brieven niet meer, en daarna scheen hy ronduit,- geleidelyk aan, maar des te meer drastisch -, van de aardbodem verdwenen.
    zyn knecht nikodemus bleef iets langer in ons midden; aanvankelyk scheen die zelfs, byna naadloos, zyn meester-weldoener te zullen gaan opvolgen, opduikend in talloze talkshows her en der, en ook, byvoorbeeld, tot tweemaal toe zelfs, en met veel succes, als jurylid fungerend in "you can dance" (de duitse editie van "so you think you can dance"); maar plotseling werd die nikodemus heel erg ziek, en tegelyk ook buitengewoon mens-onvriendelyk. "kleuters zyn schurken!" "aan de drugs geraken is niet leuk - maar aan drugs geraken toch wél!" "de enige voor wie ik misschien nog bewondering koester, is joseph stalin." alleen de àllermeest ranzige media konden hem blyven volgen - totdat hy, tenslotte, werd aangetroffen door zyn hospita, in het ligbad van zyn appartement in düsseldorf, halfdood, zyn beide polsen vakkundig in stukken geraspt.
    nog onderwyl de eens zo allermeest geliefde potsenmaker van de wereld bezig was, te worden afgevoerd in een ambulance, naar het by file-vorming zo moeilyk te bereiken universität-ziekenhuis, kwam een bende rechercheurs zyn aanstormende nalatenschap al onderzoeken; maar god, die katholiek is, is een goed regisseur; en zo kwam het, lezers, dat iemand ànders het adres van de sint te pakken kreeg; met name, hier on the record, een zekere jurgen schleiermacher; de ambulancier die by nikodemus in de laadbak zat, en wiens handen nu, gans machteloos, door laatstgenoemde werden vastgegrabbeld.
    jurgen schleiermacher belde naar onze commissie, gelukkig zonder de overheid ook te hebben verwittigd.
    uiteraard was de sint naar anatolië teruggekeerd, waar hy vandaan kwam; en naar wel reeds was aangenomen, betrok hy daar een tot woonst omgebeitelde zoutgrot in het midden van nergens.
    een rauwe wind blies daar langs het gesteente, een yl wolkendek sprak daar van geen regen...
    "komaan, sinterklaas. laat ons je niet uitleggenwaarom we zyn gekomen."
    de sint zat aan een klein, vierkant tafeltje, in iedere hand een kromme, hard walmende cigaret. door de zeer kleine oogjes die hy had, keek door een venster, als zag hy daar nog iemand naderby komen (wat zeker niet het geval was) en sprak (zyn eerste woorden in jàren):"die moord in rouen, die heeft my heel erg aangegrepen. die onschuldige pastoor... toen ik dààrvan vernam, met enige vertraging wel, wist ik direct: ja, nu gaan ze naar my komen... nu gaan ze hiér komen aankloppen - waar anders? maar ja," ging hy voort, "wàt kan ik voor wié soms nog betekenen? en wat," sprak hy nog meer, "wat als ze ook my de keel oversnyden, één dezer?"
    "die priester in rouen," zei korak, "die heeft er écht niks meê te maken. we zyn hier uitgerekend vandààg, omdat we je uitgerekend vandààg pas hebben weten te vinden. in het andere geval, waren we hier al veel eêr gekomen."
    "we zouden je nooit hebben laten gaan, in de eerste plaats," zei nog iemand.
    "toch," sprak de sint met een kuch - maar: hy maakte deze zin niet verder af.
    wat nu nog te bedenken? zyn deelname scheen, op dit ogenblik, een dubbeltje op zyn kant. dan ging hy zelf weêr voort:"jullie hebben er geen idee van hoe slecht ik my voel. geestelyk - én lichamelyk."
    "toch wel, goede sint..."
    "de twintigste eeuw - was zo afschuwelyk... vooral sinds de oorlog, wat is er sindsdien van de wereld geworden?"
    hy hoestte, zy het niet zonder tegelykerwyl een trekje te nemen van zyn rechtse cigaret.
    vervolgens ging hy traag overeind staan. hy droeg een gryze pullover, een versleten, blauwe jeansbroek, twee afgetrapte basketters. rond zyn schrale nek een kettinkje met daaraan een schelp. hy was graatmager, maar had toch, van opzy bezien, een klein, tonvormig buikje, deerniswekkend én plechtstatig.
    "waar heb je je kleêren, man?" zo sprak korak, gespeeld losjes.
    "die heb ik niet meer," zei de sint. "behalve daar, die kist daar in de hoek." met zyn kinnebak op een meubel wyzend, dat we dadelyk gingen openmaken. hadden we gedronken? als door een soort engelenzang begeleid, zyn uniek befaamde, officieel en van bovenuit geheiligde myter - niét zoals in de prentenboeken sinds jan schenkman (1807-1872), doch wel, ja veeleêr, een soort russisch orthodoxe, in zyn midden oriëntaals bolstaande, bladgouden koningskroon, met vele, in ovalen getekende heiligenportretten daarop, van sint-joris en van moeder maria, onder anderen, en met pas daarbovenopeen echt, klein, gouden kruis.
    iemand van ons zette het deurtje weêr open, droge tocht woei langs ons naar binnen.
    "daarbeneên," zei korak weêr, "staat een privé-vliegtuigje voor ons gereed - niet bang zyn, we vliegen slechts tot in istanbul, en we vliegen steeds zo laag mogelyk boven de grond. in istanbul ligt er voor de rest van de reis een authentieke stoomboot voor ons klaar."
    "een stoomboot," zei de sint.
    "niét de jouwe van eêrtyds, maar een model dat er wel zeer hard op lykt."
    wat korak er niet by vermeldde: dat deze fameuze stoomboot in '14-'18 een militair vehikel was geweest, dat menige weduwen en wezen maakte...
    zeer krom, en met érg moeilyke passen, bewoog sinterklaas zich naar buiten. wy volgden hem, in wezen schoorvoetend.

Geen opmerkingen:

Er is een fout opgetreden in dit gadget